Get Adobe Flash player

1 OP 7 HAALT DE MEET NIET !!


Armoede is een complex verhaal.

Het kan ons allemaal overkomen.


Samen Tegen Armoede maakt werk van structurele armoedebestrijding in eigen land.

We doorprikken vooroordelen,

activeren en ondersteunen ruim 100 lokale projecten.

Ook jij kan helpen!


Een ganse Advent lang - week na week -

meer over 'Samen tegen armoede'... KLIK HIER



ADVENT... WAT IS DAT ??



Quatertemperdagen tijdens het Pinksteroctaaf.

(Glasraam St.-Agneskerk Amsterdam)

Het woord 'advent' is afgeleid van het Latijn: adventus (komst, er aan komen) en advenire (naartoe komen). Letterlijk betekent ‘Advent’ dus zoveel als ‘God komt naar ons toe’.

De advent heeft in de liturgie een dubbel karakter: het is de voorbereidingstijd op het kerstfeest, de geboorte van Jezus Christus in onze mensengeschiedenis ruim 2000 jaar geleden (eerste komst), maar ook de periode van verwachting van Jezus' wederkomst op het einde der tijden, als God "alles in allen" zal zijn (tweede komst).


Lange tijd begon de advent met Sint-Maarten (11 november). Die periode kende ook vastendagen, net als de tijd vóór Pasen. Die St.-Maartensvasten diende drie dagen in de week te worden gehouden: oorspronkelijk op maandag, woensdag en vrijdag; later werd de maandag vervangen door de zaterdag. In de loop van de achtste eeuw reduceerde Rome de adventsperiode tot vier zondagen. De drie vasten- en onthoudingsdagen - woensdag, vrijdag en zaterdag, naar het Latijn ‘Quatertemperdagen' genoemd - werden vier keer per jaar in de vier verschillende seizoenen voorgeschreven. Concreet vielen ze in december na de derde zondag van advent, in maart na de eerste zondag van de veertigdagentijd, in de week na Pinksteren en ten slotte na het feest van de Kruisverheffing (14 september).

In het nieuwe missaal van de Romeinse liturgie uit 1970 werden de Quatertemperdagen niet langer opgenomen.


Tegenwoordig begint de advent op de zondag die het dichtst ligt bij het feest van Sint-Andreas (30 november). De advent telt in elk geval altijd vier zondagen, maar omdat Kerstmis lang niet altijd op een zondag valt, kan het aantal weekdagen verschillen. Concreet betekent het dat de advent start tussen 27 november en 3 december en op z'n kortst drie weken en een dag duurt. Dit jaar begint de advent op zondag 27 november.

De liturgische kleur in de advent, een tijd bij uitstek van verwachting en inkeer, is paars. Behalve dan op zondag ‘Gaudete' - de 3de zondag van de advent - want dan is de liturgische kleur uitzonderlijk roze, zoals dat ook het geval is op zondag ‘Laetaere', dat is 4de zondag van de veertigdagentijd. Alleen zijn er vandaag nog maar heel weinig voorgangers die de roze kazuifel nog uit de kast halen.

‘Gaudete' (Verheug u) is het eerste woord van de Introïtus, het gregoriaanse gezang bij het begin van een eucharistieviering. De ietwat gedrukte stemming van de advent maakt die zondag plaats voor een getemperde vreugde omwille van het nog meer verlangen naar het kerstfeest: Verblijdt u in de Heer te allen tijd! Verblijdt u, want de Heer is zeer nabij en Hij bevrijdt u (Zingt Jubilate nr. 119, tekst: Willem Barnard).

 

In de advent wordt de liturgie van oudsher sober gehouden. Zo wordt het Gloria (Eer aan God in den hoge) niet gezongen noch gebeden. Dit vreugdelied zongen de engelen in Betlehem immers pas bij de geboorte van Jezus. We zingen het in de advent niet, omdat de advent een tijd van inkeer is: zo klinkt het met Kerstmis weer als een nieuw lied. Dat nieuwe lied mogen we met Kerstmis dan samen met de engelen meezingen, vol blijdschap om de geboorte van Jezus.

Er staan ook geen bloemen op het altaar en zelfs het orgel klinkt minder opgewekt en zachter dan anders.

Advent is een periode van wachten, stil worden en verwachten, van voorbereiden en inleven. In de tijd dat de dagen steeds korter en donkerder worden - niet toevallig valt de kortste dag van het jaar in deze periode - wordt de behoefte aan licht, en de verwachting van de geboorte van het Licht, gesymboliseerd door vier kaarsjes.

Zo leven wij in de advent naar het kerstfeest toe, opdat Jezus - ‘Emmanuel' of ‘God-met-ons' - ook in ons eigen leven geboren mag worden. In deze periode worden wij uitgenodigd een grondhouding van verwachting en openheid aan te nemen. Wij maken ons hart klaar om Hem te ontvangen en opnieuw binnen te laten. De liturgie van de vier adventszondagen wil die grondhouding ondersteunen en stapsgewijze gestalte geven.

In de kerk en thuis komt dan een adventskrans te hangen. Daar staan vier kaarsen op. Elke zondag van de advent wordt er een kaars ontstoken. We zien uit naar de komst van Jezus, 'het Licht der wereld'. Hoe meer kaarsen van de adventskrans branden, hoe meer licht er is, dat wil zeggen hoe dichter Jezus - het Licht - nabij is.

Wie streng de kleuren van de liturgie volgde, koos voor - zoals in traditionele lutherse kloosters waar die traditie sterk ingang vond - een groene adventskrans met 3 paarse en 1 roze kaars en paarse linten. De paarse kleur beklemtoonde de advent als een periode van bezinning, inkeer en boete, waarin me zich bewust moest worden van de rol van God in de schepping. Op de 3de zondag van de advent werd het Gaudete (‘Verheugt u', cf. supra) gezongen en dan brandde de roze kaars. De voorganger droeg dan een roze gewaad als teken van vreugde omdat de komst van de Heer aangekondigd werd en de helft van de advent al voorbij was. Met Kerstmis werden de paarse linten vervangen door witte linten en de krans werd omhoog gehangen in het gewelf van de kerk. In het midden kwam vaak een bloemstuk met witte linten of een maretak, als symbool van de geboorte van het Kind dat geluk brengt.